In Tuindorp Oostzaan worden sinds kort veel nieuwe geuren ervaren en soms worden deze geuren ervaren als overlast. Waar de geur vandaan komt, is nog niet vastgesteld. Door inwoners zijn hier veel vragen over. Op deze pagina proberen wij er zoveel mogelijk te beantwoorden.

De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied is bezig met een onderzoek over het bedrijf dat de mogelijke geur veroorzaakt (ICL Fertilizers) en of deze voldoet aan de gestelde eisen. In de afgegeven vergunningen zijn grenswaarden voor het afgeven van geur vastgesteld. Uit het onderzoeksrapport zal blijken of de geuren binnen deze grenswaarden valt.

Laatste update: 28 januari 2020

Wat is de conclusie van de Omgevingsdienst over het geurrapport van ICL Fertilizers (versie november 2019)

De Omgevingsdienst is nog niet akkoord met het rapport van de nulsituatie geurmetingen. Over dit rapport hebben wij aanvullende vragen gesteld. Vervolgens hebben we een aangepast rapport ontvangen. Momenteel laten we dit rapport beoordelen door een externe partij, het gerenommeerde bedrijf Tauw Advies- en Ingenieursbureau B.V.

Blijkt uit het rapport dat de geuroverlast in Tuindorp Oostzaan afkomstig is van ICL Fertilizers?

Nee, dat is niet zo gemakkelijk te concluderen. Geuroverlast is niet vaak tot één bedrijf terug te brengen. Tuindorp Oostzaan kan last hebben van meerdere geurbronnen in de omgeving, zoals bedrijven, wegverkeer, luchtvaart en scheepvaart. Dat heeft te maken met de windrichting, maar ook met de intensiteit waarmee stoffen vrijkomen.

Waarom zijn deze metingen uitgevoerd?

In de omgevingsvergunning milieu van 2014 is opgenomen dat geurmetingen moeten worden uitgevoerd.

ICL is een producent van kunstmest. Als grondstof voor kunstmest wordt fosfaaterts gebruikt, een grondstof waar wereldwijd een beperkte voorraad van is. Als alternatieve fosfaatbron kunnen ook bepaalde reststoffen worden gebruikt (zogeheten secundaire grondstoffen) waarmee een fosfaatkringloop ontstaat. Dit wil ICL nu gaan doen. Om te controleren of de toepassing van deze secundaire grondstoffen niet zorgt voor extra geuroverlast, moeten geurmetingen worden uitgevoerd.

Het huidige geurrapport is een nulmeting, opgesteld met als uiteindelijk doel aan te tonen dat de geur niet toeneemt door het gebruik van secundaire grondstoffen.

Hoe is het onderzoek opgebouwd?

Het uitgevoerde onderzoek betreft een eerste in een serie van twee:

  1. Met het eerste geuronderzoek, waar het huidige rapport over gaat, wordt de bestaande (geur)situatie van ICL in beeld gebracht, dus met gebruik van fosfaaterts. Het meetrapport gaat over een meting van geur aan enkele bronnen en de emissie van geur.
  2. In het tweede onderzoek zal de nieuwe situatie met het gebruik van de secundaire grondstoffen in beeld worden gebracht. Dit moet gebeuren drie maanden nadat de stoffen in gebruik zijn genomen. We weten nog niet wanneer dit precies zal zijn.

De uitkomsten van de twee onderzoeken zullen wij met elkaar gaan vergelijken.

Hoe wordt een geurmeting uitgevoerd?

De metingen voor het geurrapport zijn uitgevoerd door een geaccrediteerd meetbureau. Dit geaccrediteerde meetbureau is officieel geautoriseerd voor de uitvoering van geurmetingen. De accreditaties worden in Nederland afgegeven door de Raad van Accreditatie en zij zien erop toe dat de meetbureaus onafhankelijk en volgens de norm te werk gaan. Tijdens de metingen worden het aantal “Odor-units” bepaald dat uit de schoorsteen komt (de emissieomvang). De “Odor-unit” is een maat voor de hoeveelheid geur. Met die getallen kan vervolgens een verspreidingsberekening worden uitgevoerd wat de plaatjes oplevert die men in het rapport kan zien. Dit zijn contouren die bij een bepaalde geurconcentratie horen (de immissieomvang).

Wat blijkt uit de resultaten van de metingen?

De Omgevingsdienst is nog niet akkoord met het geuronderzoek. Nadat wij akkoord zijn, kunnen we u laten weten wat de geuremissies zijn van de bemeten bronnen.

Wat gebeurt er nu verder?

De Omgevingsdienst zet ook in de komende periode in op geurcontroles in het gebied en eventueel controles bij het bedrijf zelf. Wij doen dat vooral om de herkomst van de geur te herleiden.

Wat staat er over geur in de omgevingsvergunning milieu van ICL?

In de revisievergunning (2003) is opgenomen dat geur in Tuindorp Oostzaan niet hoog is, dat er weinig klachten zijn en er dus geen specifieke onderzoeken of maatregelen opgenomen zijn over geur. Er is wel een voorschrift opgenomen, deze stelt: wanneer geurhinder optreedt of kan optreden, moet door de vergunninghouder doeltreffende maatregelen worden genomen. In de vergunning is geen grenswaarde gesteld voor geur.

In 2014 is een veranderingsvergunning verleend, die gaat over het vervangen van gebruikte grondstoffen. Voorgeschreven is dat binnen 3 maanden na het toepassen van secundaire grondstoffen door een geuronderzoek wordt aangetoond dat de geuremissie niet toeneemt door de secundaire grondstoffen. De hoogte van deze geuremissie is in de omgevingsvergunning niet aangegeven.

Waarom is er niet eerder een onderzoek gestart?

Eerder kwamen er relatief weinig klachten binnen bij ons. Als bij ons geen klachten worden gemeld, dan weten wij niet dat er iets speelt. Omdat er vanaf begin 2019 veel meer klachten kwamen, zijn wij aan de slag gegaan met het opstellen van een aanpak met als doel de geurhinder zo veel mogelijk weg te nemen.

Wat kan OD NZKG  eigenlijk doen voor de bewoners van Tuindorp Oostzaan?

Wij doen binnen de wettelijke kaders ons uiterste best om de overlast voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Overigens is dat niet eenvoudig in gebieden waar industrie en woningen dicht in elkaars nabijheid liggen. Helaas kunnen wij niet alle geuroverlast wegnemen. Die zal wellicht in dit gebied altijd blijven bestaan. Maar wij blijven wel bedrijven controleren of zij zich aan de regels houden, door toezicht en waar nodig handhaving. Wij zien het als onze opdracht om dat zo goed mogelijk te doen en de omgeving daarvan op de hoogte te houden. Daarnaast blijven wij met bewoners in gesprek om de overlast zo veel mogelijk te verminderen.

Wat kunnen wij als bewoners doen?

Als er klachten zijn, blijf ze melden! Alleen dan kunnen wij gericht onderzoek doen. U kunt uw klachten bij ons melden via ons loket.