Datum: 26-03-2020

Kortgeleden informeerde minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat de Tweede Kamer over binnenvaartschepen die tijdens het varen restlading laten verdampen. Dit ‘varend ontgassen’ is meestal niet toegestaan, omdat er schadelijke dampen in het milieu terecht kunnen komen. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) speelt een belangrijke rol bij het monitoren van ontgassende vaartuigen.

eNoses en drones

De OD NZKG monitort een serie van 83 elektronische neuzen, zogenoemde eNoses. Deze zijn langs het Noordzeekanaal, Amsterdam-Rijnkanaal en in het Westelijk Havengebied opgesteld. Een eNose is een elektronisch meetinstrument, uitgerust met vier sensoren dat veranderingen in de luchtsamenstelling signaleert.  Voor het opsporen van vaartuigen die varend ontgassen, worden naast de eNoses, ook drones door IL&T ingezet. Drones zijn nuttig voor snelle verkenningen van varende en stilliggende schepen en zijn flexibel inzetbaar. Daarnaast spelen meldingen van burgers die een afwijkende geur waarnemen een belangrijke rol.

Verkennende inspecties

Onder coördinatie van de Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) houden de OD NZKG en de DCMR Milieudienst Rijnmond, samen met Rijkswaterstaat, verkennende inspecties voor het varend ontgassen op belangrijke vaarroutes in Nederland. In het najaar van 2019 bleek tijdens zo’n inspectie dat binnenvaartschepen nog regelmatig de wet overtreden. Vijf van de 70 passerende vaartuigen waren in overtreding. Nog één vaartuig bracht mogelijk schadelijke stoffen in de lucht. De eNose specialist van de OD NZKG: ‘Van IL&T kreeg ik het verzoek om tijdens de actiedagen te monitoren op vaartuigen die varend ontgassen. Op een van die dagen  heeft de ontgassingstool in het eNose netwerk een varend ontgassend vaartuig gedetecteerd. Met deze constatering heeft IL&T een aanwijzing voor een nader strafrechtelijk onderzoek’.

Wat is (varend) ontgassen?

Na het lossen van een vloeibare lading, blijft in een schip altijd een geringe hoeveelheid restlading achter. Voor het vervoeren van andere lading moeten de ladingtanks met ventilatoren worden doorgeblazen. Dit zogenoemde ontgassen, gebeurt op plaatsen met ontgassingsinstallaties. De installatie vangt dampen op, zodat deze niet in het milieu komen. Als het ruim wordt doorgeblazen op weg naar de plaats waar het schip opnieuw gaat laden, is er sprake van varend ontgassen. Het lozen van restlading op deze manier is beperkt toegestaan: sommige stoffen mogen alleen buiten dichtbevolkt of stedelijk gebied ontgast worden. Andere stoffen, zoals benzeen, mogen helemaal niet ontgast worden.