Afval Energie Bedrijf Amsterdam (AEB) heeft in 2024 en 2025 meerdere malen de vergunde norm voor de uitstoot van dioxines overschreden. Het bedrijf heeft het bevoegd gezag daarover onvoldoende en te laat geïnformeerd. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied heeft AEB daarom op 15 januari 2026 een Last Onder Dwangsom (LOD) opgelegd met een totale waarde van 280.000 euro. Lees het nieuwsbericht Last onder dwangsom voor AEB wegens te hoge dioxine uitstoot. Hieronder vind je antwoorden op de meest gestelde vragen over dit onderwerp.

Vragen over AEB

  • Waarom heeft AEB de geconstateerde overschrijdingen niet eerder gemeld?

    Dat is een vraag voor AEB.

  • Waarom heeft AEB niet eerder maatregelen genomen om de uitstoot terug te dringen?

    Dat is een vraag voor AEB.

  • Waarom heeft de Omgevingsdienst niet eerder gecontroleerd of ingegrepen?

    AEB is, net als andere bedrijven, verplicht zelf betrouwbare en representatieve meetrapporten aan te leveren bij het bevoegd gezag (in dit geval de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied in naam van de Provincie Noord-Holland). De Omgevingsdienst bestudeert deze documenten zorgvuldig en kan ter verduidelijking bij het bedrijf nadere informatie opvragen. Daarbij kwamen in dit geval de rapporten op tafel waaruit bleek dat er overschrijdingen hebben plaatsgevonden die niet bij de Omgevingsdienst zijn gemeld. De dienst heeft daar vervolgens op gehandhaafd.

  • Mag een bedrijf zomaar dit soort informatie achterhouden?

    Nee. Daarom heeft de Omgevingsdienst een LOD (Last Onder Dwangsom) opgelegd ter waarde van in totaal 280.000 euro om herhaling te voorkomen.

  • Wordt AEB ook nog strafrechtelijk vervolgd?

    De Omgevingsdienst heeft de zaak voorgelegd aan het Openbaar Ministerie. Voor de verdere afwikkeling op dat niveau verwijzen we naar het OM.

  • Wat is er na deze constatering veranderd aan het toezicht op AEB? Wordt er nu vaker gecontroleerd? Is het bedrijf onder toezicht gesteld?

    AEB Amsterdam is een zogenaamde Seveso-organisatie. Dit zijn bedrijven die vanuit de aard van hun werkzaamheden sowieso al aan strenge veiligheidsregels moeten voldoen. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied blijft AEB controleren en zal opnieuw ingrijpen als onregelmatigheden worden.

  • Kan deze dioxinevervuiling nog worden opgeruimd?

    Nee, sanering achteraf is bij langdurige diffuse verspreiding zoals deze praktisch gezien onmogelijk.

  • Wat zijn de emissiegrenzen voor dioxines bij AEB Amsterdam?

    In voorschrift 3.1.1 van de omgevingsvergunning van AEB zijn emissiegrenswaarden opgenomen van 0,05 ng/nm3.

  • Hoe ver heeft AEB de emissiegrenzen voor dioxines overschreden?

    Volgens de meetrapporten die AEB bij de Omgevingsdienst heeft ingeleverd zou het gaan om overschrijdingsfactoren van 0 tot 3,8 (waarden van 0,03 tot 0,19 ng/Nm3).

  • Heeft dit incident gevolgen voor de vergunning van AEB?

    De Omgevingsdienst ziet, op basis van Europese en Nederlandse wet- en regelgeving, op dit moment geen mogelijkheden om de in de vergunning opgenomen emissiegrenzen nog strenger te stellen.

  • AEB Amsterdam is eigendom van de stad Amsterdam. Wat is de rol van de gemeente hierin?

    Dat is een vraag voor de gemeente Amsterdam.

Voor vragen over de effecten van dioxines op de gezondheid en de leefomgeving verwijzen we door naar het  advies van de GGD Amsterdam. Meer informatie over de gezondheidseffecten van dioxines vind je op de website van het RIVM en het Voedingscentrum.

Vragen over de leefomgeving

  • Waarom zijn omwonenden niet eerder geïnformeerd over de verhoogde dioxine-uitstoot?

    De focus lag in eerste instantie op het zo snel mogelijk terugdringen van de uitstoot naar vergunde emissiegrenswaarden. Bovendien was er naar de inschatting van de GGD Amsterdam geen sprake van een acute dreiging.

  • Zijn in de omgeving dioxines gemeten?

    De Omgevingsdienst heeft verspreidingsberekeningen uitgevoerd op basis van de emissiemetingen die door meetbureau Tauw zijn uitgevoerd en door AEB zijn aangeleverd. In totaal is voor acht punten rond AEB getoetst om te bekijken of en hoeveel hoger de te verwachten dioxineconcentratie op die plaatsen zou uitvallen, vergeleken met de concentraties die te verwachten zijn als AEB zich aan de emissiegrenswaarden zou houden. Omgerekend naar een jaargemiddelde concentratie kwamen die concentraties tweeënhalf tot driemaal hoger uit dan op basis van de vergunde emissies verwacht zou mogen worden.

     

     

  • Op welk gebied heeft deze uitstoot invloed (gehad)?

    De afstand van de dichtst bij AEB gelegen woningen (in Geuzenveld, Amsterdam) tot AEB is ruim 2 kilometer. De afstand van de meest nabij gelegen woningen in Zaandam tot AEB bedraagt ongeveer 3,5 kilometer. Voor deze afstanden is berekend dat de dioxine-concentraties daar als gevolg van de uitstoot door AEB tweeënhalf tot driemaal hoger zijn dan normaal. Hoe groter de afstand tot de verbrandingsinstallatie, hoe lager de concentraties zullen worden. Daarbij speelt ook de windrichting een rol. De windrichting is op die locatie is overwegend West-Zuidwest.

  • Welke dioxines heeft AEB precies uitgestoten en zitten daar giftige varianten bij?

    Bij de verbranding van (huishoudelijk) afval zoals bij AEB kunnen allerlei soorten dioxines ontstaan, waarvan een aantal zeer giftig kunnen zijn. Welke soorten ontstaan is onder meer afhankelijk van het verbrandingsproces en de materialen die daadwerkelijk worden verbrand. Omdat in huishoudelijk afval allerlei materialen aanwezig kunnen zijn, maken de metingen alleen melding van de ‘groep’ PCDD/F (dioxines/furanen). Welke specifieke dioxines in de uitstoot van AEB hebben gezeten is achteraf niet meer vast te stellen.

  • Zijn alle dioxines in de omgeving te herleiden naar AEB, of kunnen die ook van andere bronnen zijn?

    Overal in het land worden kleine concentraties dioxines gevonden die van talloze bronnen afkomstig kunnen zijn. Van dioxines die eventueel in de omgeving van AEB worden aangetroffen is de herkomst vrijwel onmogelijk te herleiden. Het is wel mogelijk te kijken naar afwijkingen van wat gemiddeld wordt aangetroffen, maar een direct verband tussen specifieke stoffen en AEB is daarbij niet aan te tonen.