In de nieuwjaarsnacht brak brand uit in de Vondelkerk in Amsterdam, een markant rijksmonument aan de rand van het Vondelpark. Grote delen van de toren, het middenschip en het dak gingen verloren. Al in de eerste uren na de brand was duidelijk dat snelle, zorgvuldige keuzes nodig waren om de situatie veilig te houden.
Een belangrijke rol daarin was weggelegd voor de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Die werd direct ingeschakeld om te adviseren over de constructieve veiligheid van de kerk én de omgeving. De inschattingen van constructeurs zijn in zo’n situatie cruciaal: ze bepalen onder meer hoe groot het afzettingsgebied moet zijn en of mensen veilig in de buurt – of zelfs ín het gebouw – kunnen komen.
Ivan Wahjudi, senior constructeur bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, is betrokken bij de beoordeling van de constructieve schade na de brand. Ivan vertelt hoe die eerste uren verliepen, welke afwegingen daarbij een rol speelden en waarom het werk van constructieve veiligheid bij een calamiteit verder gaat dan alleen het beoordelen van een gebouw.
De eerste uren: veiligheid onder tijdsdruk
Bij calamiteiten buiten kantooruren wordt de consignatiedienst van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied ingeschakeld. In de nieuwjaarsnacht was dat collega Arie Jonkman, die namens de Omgevingsdienst ter plaatse ging tijdens de brand. Zijn rol: samen met de brandweer beoordelen welke maatregelen nodig waren om de veiligheid van de omgeving te waarborgen.
“De brandweer vroeg bijvoorbeeld: tot waar moeten we het gebied afzetten?” vertelt Ivan. “Dat lijkt een eenvoudige kwestie, maar die beslissing heeft grote gevolgen. Als je het hele gebied afsluit, kunnen bewoners hun huis niet meer in of uit. Tegelijkertijd moet je voorkomen dat mensen in gevaar komen als gevel- of constructiedelen naar beneden zouden vallen.”
Samen met de brandweer is daarom gezocht naar een balans. De hekken werden zó geplaatst dat er voldoende veiligheidsafstand was, terwijl bewoners hun woning wel konden bereiken.
Wat bleef staan en wat niet?
Na de eerste uren werd de situatie verder beoordeeld aan de hand van foto’s en inspecties. Vrij snel werd duidelijk dat vooral de kapconstructie zwaar was aangetast: veel houten delen waren bezweken door de brand. Tegelijkertijd bleek dat het metselwerk, de boogconstructies en de gevels grotendeels nog goed overeind stonden.
Een belangrijk punt van aandacht was de topgevel (zie afbeelding). Er werd gekeken of die op korte termijn een risico vormde voor de omgeving. “Je kijkt dan naar zaken als stabiliteit en windbelasting,” legt Ivan uit. “In dit geval hielpen de torendelen aan weerszijden om de topgevel op zijn plek te houden. Dat maakte de kans op direct bezwijken klein.”
Die eerste constructieve inschatting was bepalend voor wat mogelijk was in de dagen daarna, bijvoorbeeld of mensen het gebouw wel of niet mochten betreden.
Archiefstukken in de kelder
Na de acute fase ging het dossier over van de crisismodus naar het reguliere proces. De bevindingen van Arie Jonkman werden overgedragen aan Ivan, die namens de Omgevingsdienst contactpersoon is voor Stadsdeel West. Het stadsdeel is formeel verantwoordelijk voor besluiten over betreding en handhaving, maar baseert zich daarbij op het constructieve veiligheidsadvies van de Omgevingsdienst.
Samen met Stadsherstel Amsterdam en de aannemer werd een plan besproken om het gebouw te stabiliseren. Daarbij ging het onder meer om tijdelijke staal- en houtconstructies om de delen die overeind zijn gebleven veilig te stellen. Dat soort maatregelen vraagt voorbereidingstijd: materiaal moet worden besteld en plannen moeten worden uitgewerkt.
Tegelijkertijd was er druk om het gebouw zo snel mogelijk te kunnen betreden. In de kelder van de kerk liggen archiefstukken die nog niet zijn gedigitaliseerd. Door het blussen was er veel water in het gebouw gekomen en de vrees bestond dat waardevol archiefmateriaal beschadigd was of verloren zou gaan.
Die afweging resulteerde erin dat op 12 januari voor het eerst mensen de kerk konden betreden om te beoordelen of de archiefstukken in de kelder veiliggesteld konden worden, onder strikte veiligheidsvoorwaarden.
Beheersen van risico’s
“Bij dit soort situaties bestaat nul risico simpelweg niet,” zegt Ivan. “Maar je kunt risico’s wel beheersen.” Daarom werd gekeken onder welke voorwaarden het verantwoord zou zijn om het gebouw toch al te betreden, nog vóórdat alle tijdelijke stabilisatie was aangebracht.
Daarbij spelen meerdere factoren een rol, zoals de weersomstandigheden en de vraag hoeveel windbelasting de nog overeind staande delen aankunnen. Ook wordt gekeken hoe risico’s tijdens het betreden zo klein mogelijk kunnen worden gemaakt. “Het is telkens de vraag: welke risico’s zijn er, en hoe zorg je dat die beheersbaar blijven?”
Monumentaal, dus behouden
Dat de Vondelkerk een monument is, maakt de afwegingen ingewikkelder. Bij een regulier gebouw zou in sommige gevallen sneller worden gekozen voor sloop van beschadigde delen. In dit geval is het uitgangspunt om zo veel mogelijk van het bestaande bouwwerk te behouden. Dat vraagt om zorgvuldige constructieve beoordeling en vaak ook om tijdelijke voorzieningen die het gebouw stabiel houden totdat herstel mogelijk is.
Bij het beoordelen van de schade kwam nog een bijzonder historisch detail naar voren. De brand van afgelopen nieuwjaarsnacht was namelijk niet de eerste grote brand die de Vondelkerk trof. In 1904 brandde de kerk ook al eens grotendeels uit, waarbij destijds eveneens de toren instortte.
“Als je een prent uit die tijd naast de foto’s van nu legt, zie je dat de schade nagenoeg hetzelfde is,” vertelt Ivan. “Mogelijk ligt het herstelplan uit die tijd tussen de archiefstukken in de kelder en kan hieruit waardevolle informatie worden gehaald voor de wederopbouw.”
Meer dan alleen constructie
Wat Ivan vooral wil benadrukken, is dat constructieve veiligheid bij calamiteiten veel verder gaat dan berekeningen en schema’s. “De beslissingen die wij nemen hebben impact op allerlei partijen. Als wij zeggen dat een gebouw niet betreden mag worden, kan dat betekenen dat waardevol erfgoed of archief verloren gaat. Maar veiligheid staat altijd voorop.”
Die afwegingen – tussen veiligheid, risico, maatschappelijke waarde en omgevingsimpact – maken calamiteiten als deze intensief. “Het is schakelen, vaak van minuut tot minuut. En juist dan merk je dat ons werk niet alleen over constructies gaat, maar over mensen, gebouwen én de stad eromheen.”
Blijvende betrokkenheid
De Omgevingsdienst blijft in het vervolgtraject betrokken bij de constructieve uitwerking en veiligheidsadvisering richting het stadsdeel, totdat de kerk veilig kan worden hersteld.