Datum: 07-04-2021

Toegegeven, Colinda Geertsma, directeur Regulering en Expertise en voorzitter van de koersgroep Omgevingswet bij de OD NZKG, werd vroeger niet direct enthousiast over de complexe regels die het dagelijkse werk van omgevingsdiensten uitmaken. Totdat ze zich realiseerde dat het juist “reuze interessant” is en de verandering rond de Omgevingswet wilde aansturen. Geertsma over complexe regels, milieu en elkaar vinden.

Vertel eens over je enthousiasme voor regels, hoe is dat ontstaan?

“We hebben in Nederland en zeker ook bij de OD NZKG te maken met complexe juridische regels voor de inrichting van onze leefomgeving. Ik merk dat best veel mensen afhaken als je erover vertelt, terwijl regelgeving juist reuze interessant is. Het houdt namelijk de leefomgeving gezond en helpt milieudoelstellingen te realiseren. Ik vind dat we dat nog veel meer kunnen laten zien.”

Hoe verklaar je dat afhaken?

“Mensen denken vaak aan wat niet kan, maar regels bieden juist ook heel veel mogelijkheden. Het mooie aan de Omgevingswet is dat daar meer aandacht voor gaat komen, dat er meer ruimte komt voor het gesprek met bedrijven en initiatiefnemers over wat wél kan.”

De ja mits in plaats van de nee tenzij

“Precies. En daar hoort absoluut bij dat bedrijven en vergunningaanvragers hun verantwoordelijkheid voor de samenleving gaan voelen en pakken. Ik vind dat we dit in brede zin van elkaar mogen verwachten, een zekere betrokkenheid bij milieu en gezondheid. Dat vind ik een prachtig onderwerp voor aan de omgevingstafels.”

Wat is hierin de slagkracht van de omgevinsgdiensten?

“Wij kunnen aanvragers helpen om milieudoelstellingen te bereiken. En als het nodig is kunnen we ook opschalen naar landelijk of Europees niveau, bijvoorbeeld met lobby. Dat is ook onderdeel van ons werk, de dienst maakt deel uit van grotere netwerken, ook politiek.”

Sinds een paar weken ben je voorzitter van de koersgroep Omgevingswet, hoe staan we ervoor?

“Ik heb onlangs het stokje overgenomen van oud-directeur Emmy Meijers. Het valt me op dat we al ontzettend ver zijn in de voorbereiding, onze mensen hebben onder andere vanuit hun deskundigheid zelf opleidingen georganiseerd. En we bereiden ons goed voor op de digitale aansluiting met DSO, wat niet wil zeggen dat we er al klaar voor zijn maar we weten wel hoe het ingrijpt op ons werk en wat er moet gebeuren.”

Welke kansen zie je?

“De doelstelling van de Omgevingswet is iets wat complex is te vereenvoudigen. Daarin is al een enorme klus geklaard, maar het blijft complex. We gaan wel richting minder regels en we gaan meer kijken naar het doel van de regels. Zo werd je al opgeleid in onze organisatie, maar dat gaat meer nadruk krijgen. Wat wil de initiatiefnemer bereiken? En wat is het maximaal haalbare?”

Welke vaardigheden vergt dit?

“We gaan elkaar als het ware meer uit de regels trekken. Dat is een enorme verandering die ik binnen mijn eigen directie aanstuur. Het gaat erom anders te leren kijken naar je werk en dit met elkaar te bespreken en proberen. Veel is nog onzeker dus het is ook een kwestie van elkaar opzoeken. Wie iets beter weet mag het zeggen, en dat bedoel ik letterlijk als een uitnodiging.”

Wat typeert voor jou een goede voorbereiding?

“We hoeven niet meteen precies te weten hoe alles zit. Ik wil vooral dat mensen weten wannéér ze iets moeten vragen. Ik wil niet dat iemand in zijn eentje achter zijn bureau zit en denkt ‘ik moet er alleen uit zien te komen’, maar dat we elkaar altijd weten te vinden. Binnen en buiten de organisatie.”

Wat wordt ons verhaal aan aanvragers?

“Ik wil naar bedrijven en vergunningaanvragers vooral heel voorspelbaar zijn en alleen beloftes maken die we waar kunnen maken. Toen ik een grote verandering aanstuurde bij een gemeente deden we de belofte dat er geen wachtrijen meer zouden zijn bij de balie van het gemeentehuis. Dat konden we niet meteen waarmaken en dan krijg je klachten. Dat is zonde, dan verliezen mensen het vertrouwen. We hadden het neergezet alsof we er al jaren mee bezig waren in plaats van een week.”

Welk inzicht bracht dat?

“Dat mensen het niet erg vinden als je zegt: het gaat in het begin nog niet lukken. Zeker in die eerste periode kun je gewoon zeggen: beste meneer of mevrouw, we werken met een nieuw proces dat we nog niet hebben uitgeprobeerd, we doen dit voor het eerst. Zeg waar je naar streeft en waar je naartoe werkt. Dat het beter gaat worden maar niet meteen. Zo zorg je dat verwachtingen niet te hooggespannen zijn en houd je de werkdruk reëel.”

Wanneer ben je zelf tevreden?

“Als mensen merken dat we echt met ze meedenken en we participatie met de omgeving stimuleren, vooral met het oog op milieu. Ik zie dat bewoners steeds mondiger worden, dat ze verwachten dat wij en bedrijven alles doen om het milieu en de gezondheid te beschermen. Dat juich ik zeer toe en ik zet me er zeer voor in, want we halen het maximale er nog niet altijd uit. Dus dat wil ik op de agenda hebben en er expliciet op meekijken.”

Wat is je wens voor de komende maanden?

“Ik hoop enorm dat we elkaar binnenkort weer meer live kunnen treffen. De Omgevingswet is een grote verandering die ook emotioneel wel wat gaat doen, je werk ziet er toch ineens anders uit. Dat vraagt om meer dan alleen werken vanachter een scherm.”

Dit is een publicatie van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied in de aanloop naar de Omgevingswet

Nieuwsbrief

Wilt u regelmatig op de hoogte worden gebracht van onze werkzaamheden en projecten? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief.
Stem