Maaike Kamps

Datum: 29-06-2020

Onlangs werd bekend dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet met één jaar is uitgesteld. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) gaat gewoon door met de voorbereidingen die de wet met zich meebrengt. We werken hierbij intensief samen met ketenpartners en opdrachtgevers, zoals de provincie Noord-Holland. Maaike Kamps is sinds eind vorig jaar programmamanager Implementatie Omgevingswet bij de provincie en werd hierover geïnterviewd: “Het loopt heel lekker in het Noordzeekanaalgebied”.

Hoe zien je werkdagen eruit?

“Ik neem onder meer de externe samenwerking met betrekking tot de Omgevingswet op me. Daar voel ik een grote verantwoordelijkheid voor. Dat was in Noord-Holland nog niet echt vormgegeven. Tegelijk met mijn komst kwam ook de Regionale Implementatiecoach Omgevingswet in beeld, Sarah Ros. Samen kijken we wat de nice-to-haves en need-to-haves zijn op het gebied van externe samenwerking tussen bevoegde gezagen en ketenpartners en proberen daar invulling aan te geven.”

En, wat is er nodig?

“Werken met de Omgevingswet gaat in mijn ogen onder meer over een goede omgang met de kerninstrumenten. Voor de provincie zijn dat de Omgevingsvisie, de Omgevingsverordening, het programma, het projectbesluit en de Omgevingsvergunning. Een Omgevingsvisie hebben we als provincie al en mijn collega’s werken hard aan de andere instrumenten en aan de bodemtaken die we overdragen aan de gemeenten.”

“De externe samenwerking bij de Omgevingsvergunning vind ik zelf het meest uitdagend om georganiseerd te krijgen, omdat er zoveel bevoegde gezagen en ketenpartners bij betrokken zijn waarvan je mede afhankelijk bent. Er zijn bijvoorbeeld afspraken nodig op het gebied van toezicht en handhaving, over het deelnemen aan omgevingstafels, over het afhandelen van een meervoudige aanvraag, et cetera. Het is zoeken naar een evenwicht tussen wat het meest handig is voor de eigen organisatie, versus wat handig is voor andere partijen in de regio.”

Hoe zie je de rol van de provincie?

“Als organisatie zijn we zelf verantwoordelijk voor goede samenwerkingsafspraken. Daarnaast zie ik een regieverantwoordelijkheid van de provincie voor het geheel. Dat betekent niet dat andere partijen achterover kunnen leunen; we geven het echt gezamenlijk vorm door met iedereen in gesprek te gaan.” 

Hoe zijn die gesprekken georganiseerd?

“We hebben werkgroepen ingesteld. Als RIO, provincie en omgevingsdiensten faciliteren we het geheel. In een werkgroep gaat het vaak om de juiste vragen stellen. En iedereen moet zijn inbreng kunnen doen.”

Wat is het doel?

“Elke werkgroep moet producten gaan opleveren waar gemeenten iets mee kunnen. Bijvoorbeeld een overzicht van de huidige bevoegdheidsverdeling op het gebied van toezicht en handhaving. En de wensen inzake de flexibiliteitsregeling en het waarschuwings- en prioriteringsbeleid.”

“En denk ook aan een procesvoorstel voor ketenafstemming binnen de 8-weekse beslistermijn bij de reguliere vergunning en de afwijkprocedure. En een inventarisatie van de wijze waarop bevoegde gezagen willen omgaan met de afstemmingsverplichting bij omgevingsbesluiten. Soms zal dit leiden tot besluiten die door colleges of juist door raden en staten vastgesteld moeten worden.”

En hoe gaat dat, hoe is de sfeer?

“Tot mijn grote blijdschap loopt dat heel lekker in het Noordzeekanaalgebied. Er zijn veel gedeelde beelden over wat er moet gebeuren en hoe. We zien veel enthousiasme bij gemeenten en ketenpartners voor deelname aan werkgroepen, het kost geen moeite om ze vol te krijgen. Het Noordzeekanaalgebied loopt wat dit betreft overigens voorop in Noord-Holland qua inzet en tempo.

Wat wordt een grote uitdaging?

“We moeten voorkomen dat we aan te veel Omgevingstafels moeten deelnemen en dat het aan de Omgevingstafel bij wijze van spreken duimendraaien wordt totdat jouw onderwerp aan de beurt is. Daar moeten we echt de grootst mogelijke efficiëntie in zoeken. En dat moeten we regionaal organiseren samen met ketenpartners, zoals de GGD, VRK en omgevingsdiensten.”

Dat klinkt best complex

“Er zijn inderdaad veel partijen. Op alles wat je extern moet organiseren, heb je nu eenmaal minder grip dan intern. Ik ben ontzettend blij met Annemarie Dijk en Sarah Ros: ze hebben heel veel kennis van zaken en zijn initiatiefrijk en ambitieus.”

Welke kans zie je?

“Ik zie dat je als ambtenaar gedwongen wordt om over de grenzen van je eigen organisatie heen te kijken en de samenwerking te zoeken. Ik zie dat als een kans voor alle betrokken partijen om onze blik te verruimen. Gemeenten en ketenpartners hebben vaak weinig capaciteit en middelen dus ik vind het heel knap hoe ze dat doen. Ik weet dat ze het best lastig vinden en het toch met veel enthousiasme aanpakken.”

Hoe kijk je naar het uitstel?

“Toen corona uitbrak had ik best wel zorgen over de samenwerking met externe partijen. In die zin kwam uitstel niet slecht uit. Nu zijn we allemaal een beetje gewend aan online samenwerken en het valt me alleszins mee hoe goed dat gaat.”

Zijn er dingen die je mist?

“Normaal pik je veel op in non-verbale communicatie maar nu, door het online communiceren, niet. Dat mis ik zeker, je ziet maar zes gezichten in beeld. Maar ik zie ook dat mensen daardoor gedwongen worden om selectief te zijn en alleen datgene inbrengen wat echt belangrijk is. Gelukkig zijn mensen wendbaar.”

Lees ook: Voorbereiden op de Omgevingswet “De intenties zijn goed, en nu actie” – interview met Sarah Ros, Regionale Implementatiecoach Omgevingswet (RIO) voor de regio’s van de Omgevingsdiensten IJmond en het Noordzeekanaalgebied in opdracht van de VNG.