Was het bekend dat volgens de revisievergunning uit 2007 de afvalberg (oxykalkslik) binnen drie jaar diende te worden verwijderd?

In de revisievergunning van januari 2007 staat inderdaad dat er gedurende maximaal 3 jaar oxykalkslik mag worden opgeslagen. Deze passage is in de vergunning opgenomen omdat wij er toen van uit gingen dat nuttige toepassing van het slik nog steeds een potentiële mogelijkheid was en dus moest ook  onderzocht worden of er mogelijkheden zijn het slik te verwerken. In de vergunning is ook geregeld dat er geen nieuwe oxykalkslik mag worden toegevoegd. Als het nuttig toepassen van het materiaal niet mogelijk zou zijn, zou er geen sprake meer zijn van (tijdelijke) opslag maar van een stortplaats. Op dat moment werd er nog vanuit gegaan dat de opslag als gesloten stortplaats moest worden beschouwd, waarvoor ook een vergunning op grond van de Wet milieubeheer nodig zou zijn. Op pagina 62 van de vergunning in combinatie met de voorschriften is daarom omschreven dat Tata voor 11 maart 2010 een nieuwe vergunning op grond van de Wet milieubeheer moest aanvragen voor de gesloten stortplaats indien het slik niet voor deze datum is verwijderd of hergebruikt c.q. nuttig is toegepast.

In die periode is door Tata veel onderzoek gedaan naar een mogelijke andere bestemming voor de oxykalkslik. Daaruit bleek dat hergebruik niet mogelijk was en dat dus zou moeten worden uitgegaan van een stortplaats. Inmiddels was ook duidelijk geworden dat wij er in de vergunning van 2007 ten onrechte vanuit gingen dat het regime van de Wet milieubeheer voor gesloten stortplaatsen van toepassing was. Niet het regime voor gesloten stortplaatsen was van toepassing, maar er was sprake van een voormalige stortplaats waar het regime van de Wet bodembescherming op van toepassing was, in het bijzonder was het kader voor Nazorg Voormalige Stortplaatsen (NAVOS) van toepassing. Uit de Wet bodembescherming/NAVOS vloeit de verplichting voort dat moest worden onderzocht of een bovenafdichting op de stortplaats nodig zou zijn en in dat zelfde kader heeft grondwatermonitoring plaatsgevonden. Daaruit is gebleken dat er geen nadelige beïnvloeding van de grondwaterkwaliteit aanwijsbaar is, en dat een bovenafdichting dus ook niet noodzakelijk is. Wel is voortdurende monitoring nodig.

Op basis hiervan hebben wij in 2014 besloten dat de opslag moet worden beschouwd als een ’voormalige stortplaats’ die onder NAVOS valt, en dat behoudens verdere monitoring, geen nadere maatregelen nodig zijn. Wij hebben daarbij aangekondigd dat de voorschriften uit de revisievergunning op dit punt zouden moeten worden aangepast.

De formele vastlegging door middel van een ambtshalve aanpassing van de vergunning heeft echter ten onrechte nog niet plaatsgevonden. Dat zal alsnog gebeuren. Was het de provincie Noord-Holland bekend dat tijdens een controlebezoek op 15 april 2010 is geconstateerd dat voorschrift 0.2.51 sinds 11 maart 2010 niet wordt nageleefd?

Er is tijdens een controlebezoek inderdaad geconstateerd dat het voorschrift niet wordt nageleefd. Dat heeft niet geleid tot daadwerkelijke handhaving omdat duidelijk was dat hergebruik niet mogelijk was, en het blijven liggen van het materiaal niet gevaarlijk voor de leefomgeving bleek. Ook heeft in de periode 2010 – 2014 veel overleg plaatsgevonden om te bezien welke verwerkingsmogelijkheden er voor oxykalkslik waren.

Was het de provincie Noord-Holland bekend dat er toen een termijn van zes maanden is gesteld om alsnog de  opslag te beëindigen dan wel alle noodzakelijke informatie te verschaffen om de opslag te vergunnen, op laste van een last op dwangsom?

Er is destijds een brief aan Tata gestuurd waarin is aangegeven dat de opslag binnen zes maanden beëindigd moest worden of noodzakelijke informatie te verschaffen om de opslag te vergunnen. Er is geen last onder dwangsom aan Tata opgelegd. Zie daarvoor het antwoord onder de tweede vraag.

Was het bekend dat er vervolgens van 2010 tot 2014 feitelijk gezien geen wettelijke basis voor de opslag van oxykalkslik; zowel in de revisievergunning van 2007 als in het schrijven in april 2010 aan Tata Steel (voorheen Corus) en dat er voor het overbruggen van deze periode ook geen gedoogregeling was afgesproken?

In de periode 2010 – 2014 zijn wij  in gesprek geweest met Tata over vervolgacties en over mogelijkheden voor de toepassing van het oxykalkslik. In deze periode heeft Tata altijd gemonitord en wij hebben deze onderzoeken door deskundigen laten beoordelen. Tata heeft veel tijd (nodig) gehad om onderzoek te doen of ze de oxykalk nog konden hergebruiken. We hebben Tata die tijd gegund omdat er geen risico’s voor de leefomgeving waren. Nadien is gebleken en vastgesteld dat de opgeslagen oxykalkslik moest worden gekwalificeerd als voormalige stortplaats (waar voor 1-9-1996 voor het laatst is gestort) die onder het NAVOS-regime valt met monitoringsverplichting. Feitelijk is achteraf bezien slechts sprake van een functiewijziging van opslag naar een voormalige stortplaats die onder NAVOS valt. Een wijziging waarvoor geen vergunning op grond van de Wet milieubeheer nodig is. En waarvoor ook geen expliciete toestemming in het kader van de Wet bodembescherming of NAVOS noodzakelijk is. Er geldt alleen een monitoringsverplichting. Aan die verplichting heeft Tata steeds voldaan.

Waarom mocht Tata Steel zonder wettelijke onderbouwing deze periode overbruggen?

Zie antwoord hierboven. Van overbruggen zonder wettelijke onderbouwing is geen sprake.

In 2014 is in overleg met Tata Steel er een ‘passieve’ stortplaats van gemaakt. In de revisievergunning van 2007 staat dat in dat geval er van tevoren  een afzonderlijke Wet milieubeheervergunning moet zijn verleend. Deze is niet verleend? Waarom is de revisievergunning niet gevolgd, daar zijn de regels toch voor opgesteld?

Zie ook eerder antwoord. Als aanvulling: vanuit Europese wet- en regelgeving (de BREF IJzer en staal) wordt het hergebruiken van “reststoffen” zelf benoemd. Het staat zelfs in een aantal BBT-conclusies. Het onderzoek hiernaar heeft langer geduurd dan gedacht. Er is geen nieuwe vergunning nodig. We bekijken of de voorschriften uit de vergunning van 2007 alsnog moeten worden aangepast.

Ook wordt er gesproken van een ‘financiële zekerheid afvalstoffenverwijdering’ van circa 9 miljoen euro in het geval er na een termijn van zes maanden (dus in 2010) nog niets is geregeld. Hoe kan het dan dat er nog nooit en geen enkele keer geld is overgemaakt van Tata naar de provincie Noord-Holland?

Zie ook de antwoorden hiervoor. Een financiële zekerheid afvalstoffenverwijdering wordt gevraagd/geëist als verwijdering noodzakelijk is en er een risico bestaat dat het bevoegd gezag (de provincie) eventueel voor de kosten daarvoor zou moeten betalen. Het stellen van financiële zekerheid is eigenlijk een soort garantie dat kosten door het bedrijf gedragen worden. In dit geval gingen we er bij het opstellen van de vergunning nog vanuit dat hergebruik misschien mogelijk zou zijn. Later bleek dat hergebruik geen optie was, maar dat afvoer van het slik ook niet nodig was, omdat de opslag als een voormalige stortplaats beschouwd wordt. Het oxykalkslik hoeft dus niet verwijderd of verplaatst te worden. De milieuhygiënische risico’s zijn immers dusdanig beperkt dat slechts een monitoringsverplichting geldt. Er was dus in beide gevallen geen aanleiding en reden om een financiële zekerheid te eisen van Tata.