Datum: 22-02-2021

Ruud Peeters, oud-collega en momenteel strategisch adviseur bij de Omgevingsdienst NL, is nauw betrokken bij de ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de voorbereidingen op de Omgevingswet. Hoe kijkt hij ernaar?

Stel, de Omgevingswet gaat in per 1 januari, zijn we er klaar voor?

“Er moet nog het een en ander gebeuren, maar wat mij betreft is het verantwoord om op 1 januari 2022 met de Omgevingswet te starten. Echter wel met de grote mits, dat we samen de verantwoordelijkheid nemen voor verdere doorontwikkeling. Ik zie de hele rit namelijk als een langdurige beweging de gewenste kant op, het is te complex om het in één keer perfect te maken.”

Wat is ‘perfect’ in jouw ogen?

“Dat je bij wijze van spreken ’s avonds op de bank een vergunning kunt aanvragen, meteen ziet wat wel en niet kan qua lokale regelgeving en netjes geïnformeerd wordt over de status van je aanvraag. Net zoals bij bol.com, daar wil je naartoe. Dat was ook het – overigens behoorlijk ambitieuze – doel: de ‘laan van de leefomgeving’ met ‘informatiehuizen’ die met elkaar communiceren en die informatie vanuit de hele beleidscyclus eenduidig naar buiten brengen. Dus die naast inzicht in de voortgang van procedures, ook een betrouwbaar en continu inzicht geven in de ontwikkeling van de leefomgevingskwaliteit.”

Even terugblikken, wat is er met die ambitie gebeurd?

“In 2017 concludeerde het Bureau ICT-Toetsing (BIT) dat deze ambitie inderdaad te groot was en dat de haalbaarheid op losse schroeven stond. Toen zijn de doelstellingen van het DSO bijgesteld. Op dat moment is in mijn ogen maar een deel van het gesprek gevoerd, want alleen de ‘voorkant’ van de processen zijn overeind gebleven. Namelijk het beschikbaar maken van de gemeentelijke Omgevingsplannen, als vervanging van de bestemmingsplannen, het loket om een aanvraag te doen en de geldende kaders en normen natuurlijk.”

Dat klinkt als een mooie stap toch?

“Zeker, het is een groot goed vanuit nieuwe ict-mogelijkheden, maar het is functioneel hetzelfde niveau van informatievoorziening, dat we vandaag de dag ook hebben. In die zin is het een beperkte verbetering die relatief veel geld kost. Ik denk dat het geld dat er tot nu toe is ingestopt er pas uitkomt, als je het moderner en toekomstgerichter maakt en de volledige beleidscyclus afdekt. Het goede nieuws is dat het huidige DSO in elk geval de mogelijkheid hééft om het te verrijken en deze stap te maken.”

Hoe nu verder?

“Momenteel speelt de vraag of we de functionaliteiten die destijds zijn geschrapt alsnog weer willen toevoegen. En zo ja, of die er op regionaal of landelijk niveau komen. Het wordt nu wat technisch, maat het gaat dan om de functionaliteit dat er in de zogenaamde samenwerkingsruimte overlegd kan worden over vergunningen die via het DSO binnenkomen. En vooral ook dat je de afgegeven vergunningen registreert in het DSO en de bijhorende toezicht en handhaving.”

Kun je dit illustreren met een voorbeeld?

“Stel dat een gemeente 20 huizen wil bouwen op stuk grond. Dan wil je ook weten: hoeveel zijn er al vergeven om gebouwd te worden? Je wilt ook het verdere proces kunnen volgen en zien of de bouw uitpakt zoals het was bedoeld. Verifiëren dus en de resultaten van toezicht en handhaving als het ware mee vangen in het systeem zelf.”

Waar werk je momenteel aan?

“Zorgen dat de benodigde ict-standaarden van de DSO goed werken en geïmplementeerd zijn, zodat dat alles op de juiste plek binnenkomt. Daar zit nog wel een zorg omdat de praktijk altijd weerbarstiger is dan het plan, maar ik merk dat door veel kennis te delen – vanuit praktijkervaringen en tussen alle omgevingsdiensten – we dit sneller en gerichter kunnen doen. Daarnaast speelt momenteel de discussie over hoe we als omgevingsdiensten allemaal op een vergelijkbare wijze kunnen omgaan met aanvragen voor milieubelastende activiteiten in plaats van inrichtingen.”

Hoe belangrijk is saamhorigheid hierin?

“Dat vind ik een wat soft woord ervoor, het gaat mij om een bepaalde professionaliteit die georganiseerd moet worden en de samenhang in het stelsel van omgevingsdiensten. Ja, alles moet per dienst en vooral ook in de regio met de betreffende opdrachtgevers gerealiseerd worden, maar mijn betoog is dat we in het realiseren van die professionaliteit samen steviger staan dan ieder voor zich. Bovendien, we zijn allemaal overheidsorganen en efficiënt werken en kosten-efficiëntie vind ik hierbij ook belangrijk.”

Welke risico’s zie je?

“In het sociaal domein is de decentralisatie naar gemeenten niet succesvol geweest, dat risico bestaat bij de Omgevingswet ook. Het is niet zozeer een decentralisatie, maar wel een verandering die vraagt om herijking van bestuurlijke verhoudingen. Het kan misgaan, hoe goed de bedoelingen ook zijn. Dat wil je voorkomen. Dus wat is nou die professionaliteit die de overheid wil organiseren? Hoe past bijvoorbeeld een individuele gemeente in dat grotere geheel? Belangrijke vragen om een antwoord op te vinden.”

Hoe kijk je naar het geheel van alle omgevingsdiensten?

“De OD NZKG is een mooie dienst, één van de stevigere, bredere diensten die ook als BRZO-OD de grotere bedrijven bedient. Tegelijkertijd schatten we vanuit Omgevingsdienst NL alle diensten op waarde, de ketting is immers zo sterk als de zwakste schakel en alle diensten hebben profijt van een stevig stelsel. Álle 29 diensten moeten dat professionele niveau organiseren en zich op allerlei onderwerpen met elkaar verbinden. Laten we uitgaan van waar we gezamenlijk over 4 jaar willen staan, de onderlinge verschillen van nú kunnen dan een plek krijgen, maar zijn dan niet bepalend in de aanpak.”

Inschrijven voor de nieuwsbrief

Wilt u regelmatig op de hoogte worden gebracht van onze werkzaamheden en projecten? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief.
Stem